Scoba - Waarde(n)vol onderwijs

Molenbolwerk is onderdeel van de Scoba Groep

Scoba

Visie

Het klimaat van de school

We streven in de school naar een omgang tussen de leerlingen en leerkrachten die getypeerd wordt door respect, aandacht en beleefdheid. Consequentie daarvan is dat we nadrukkelijk eisen stellen aan het gedrag van de kinderen en de leerkrachten en van ouders verwachten dat ze de school daarin ondersteunen.

We streven naar een sfeer van openheid en eerlijkheid. We willen een school zijn die laagdrempelig is voor kinderen en ouders door een sfeer uit te stralen van veiligheid, gezelligheid en zorgzaamheid. Daarnaast beseffen we dat leren het best gebeuren kan in een sfeer van veiligheid, rust en regelmaat. Ten dienste daarvan proberen we vaste momenten of rituelen te creëren in het dagritme, in de schoolweken, in het schooljaar.

Uitgangspunten

De ouders, medezeggenschapsraad en team van het Molenbolwerk stellen zich - in en door geregeld overleg - ten doel, opvoedkundig gunstige omstandigheden te scheppen....

waardoor de aan het Molenbolwerk toevertrouwde leerlingen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar, zich ononderbroken en optimaal kunnen ontwikkelen in de groei naar een eigen persoonlijkheid;

waarbij de ontplooiing van het vermogen om zich uit te drukken, gunstig beïnvloed wordt, zodat het kind zijn beleving door middel van woord, gebaar of beeld, kan overbrengen op anderen;

waarbij het kind kennis en informatie opdoet, waardoor het zich beter bewust wordt van en inzicht verkrijgt in het eigentijds gebeuren;

waarbij het kind zichzelf en anderen leert ontdekken, waardoor samenspel, gesprek en samenwerking in harmonie kunnen groeien tot een positieve opstelling t.o.v. de medemens, zodat een eerlijk kritisch zicht ontstaat op de eigen toekomst en maatschappij;

waarbij het team van ouders, oudercommissie, medezeggenschapsraad, directie, groepsleerkrachten en bestuur van het Molenbolwerk bij hun handelen en denken kindgericht te werk gaan, rekening houdend met de individuele mogelijkheden en de unieke eigenheid van ieder kind;

waarbij aan het eind van deze basisschoolperiode de vorming van het kind op zo'n niveau moet zijn, dat voor elk kind een soepele overgang gewaarborgd is naar één van de mogelijkheden van voortgezet onderwijs, welke aan zijn capaciteiten beantwoordt;

waarbij het totaal patroon van vorming belicht wordt door ons geloof in Jezus Christus.

Doelstellingen

Het onderwijs op het Molenbolwerk richt zich in elk geval op

de sociaal-emotionele;

de verstandelijke;

de zintuiglijke, motorische en lichamelijke;

de creativiteits-;

en de religieuze ontwikkeling.

Ons onderwijs is gericht op de verwerving van kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen, om tot een zodanige ontplooiing van de zelfstandigheid en sociale redzaamheid van de leerlingen te komen dat zij op een positieve wijze hun plaats in onze samenleving kunnen  beleven.

In onze schoolgids worden de verschillende aspecten van ons onderwijs uitgebreid toegelicht.

Pedagogische visie en visie op leren

In het voorjaar van 2011 heeft het team, met het oog op het nieuwe schoolplan, haar visie op de pedagogische benadering van kinderen en de wijze van leren opnieuw geformuleerd.

Wij vinden deze visie karakteriserend en veelzeggend voor het Molenbolwerk.

“WE MAKEN GEEN ONDERSCHEID TUSSEN KINDEREN” 

Het Molenbolwerk wil in haar onderwijs alle kinderen insluiten. Wij willen een school zijn voor alle kinderen ongeacht hun verstandelijke en fysieke mogelijkheden en ongeacht hun maatschappelijk, etnische of levensbeschouwelijke achtergrond. Elk kind is uniek en heeft dus ook unieke onderwijsvragen. Dit brengt met zich mee dat onze school onderwijs wil bieden dat tegemoet komt aan verschillende onderwijsbehoeften.

Hierbij willen we steeds minder denken in termen van een ‘gemiddeld onderwijsaanbod’ voor de doorsnee kinderen en een aangepast aanbod voor kinderen met specifieke behoeften. Datgene wat kinderen nu juist gemeenschappelijk hebben is dat zij allen van elkaar verschillen. De school staat voor de uitdaging om onderwijs te bieden passend bij het specifieke van elk kind. De term ‘zorgleerlingen’ die doorgaans voorbehouden is aan de kinderen die min of meer serieuze ontwikkelingsproblemen hebben, willen we graag verbreden in die zin dat deze term betrekking heeft op al onze leerlingen. Al onze leerlingen zijn leerlingen die zorg behoeven. Die zorg komt alle kinderen in gelijke mate toe. Die zorg kan er alleen voor elke leerling anders uitzien.

Rebecca Wild (“ In vrijheid leren”) stelt:

"Kinderen voelen heel goed aan of men een gezond respect voor hen heeft en hen accepteert zoals ze zijn. Dat geeft hun het nodige zelfvertrouwen, zodat zij hun eigen weg kunnen gaan". Uit dit citaat blijkt een basale behoefte aan relaties (in relaties vormen zij zichzelf en de ander en moeten zij hun existentiële zin ervaren); een basale behoefte aan een gevoel van competentie (zij ontwikkelen zelfvertrouwen door te ervaren dat zij in kunnen en kennen groeien, hun eigen grenzen kunnen verleggen en daarmee explorerend in het leven durven staan); en een basale behoefte aan ruimte voor autonomie (zij krijgen ruimte om op eigen kracht en met eigen mogelijkheden te groeien).

In een meer traditionele ingericht onderwijssysteem denken we dat deze basisbehoeften zowel bij kinderen ‘aan de bovenkant’ als bij kinderen ‘aan de onderkant’ onder druk staan. In de meer traditionele remediërende aanpak van ontwikkelingsproblemen vormen met name de basisbehoefte aan relatie en competentie een risico. Daarom willen we juist meer en meer proberen preventieve strategieën te ontwikkelen en/of de compenserende competenties van kinderen te benutten.

De genoemde basale behoeften hebben direct gevolg voor de taak van de leerkrachten, het leerstofaanbod, de didactiek, de onderwijsorganisatie en andere contexten waarin het leren plaats vindt.

Allereerst is ontwikkeling alleen mogelijk in een sociale context.

In deze context moeten kinderen zich bovendien veilig, gewaardeerd en gelijkwaardig voelen. Voor de leerkracht betekent dit dat deze een sociale leeromgeving creëert , waarin kinderen intensief kunnen communiceren met volwassenen en andere kinderen; waarin kinderen zowel de actief als passief lerende kunnen zijn en waarin de leerkracht de sociale processen in de groep stuurt en beïnvloedt tot welbevinden van alle kinderen. Bij dat laatste is het essentieel dat de leerkracht kinderen aanspreekt op verantwoordelijkheid voor elkaar. Het begeleiden van de kinderen in het beleven van en vormgeven aan de omgang met elkaar en het gezamenlijk proberen vorm te geven aan een schoolgemeenschap als ‘voorbeeldsamenleving’ moeten een actief en herkenbaar onderdeel zijn van de vorming die de school biedt. Verdere individualisering van het onderwijs bereikt voor ons een grens, zodra dit betekent dat de sociale dimensie in het leren op de achtergrond komt te staan.

Ten tweede betekent het serieus nemen van de behoefte aan een competentiegevoel bij kinderen, dat voor velen van hen eigen accenten in het leerstofaanbod of zelfs een ingrijpende aanpassing onontkoombaar zijn. Omdat de cognitieve competenties van kinderen verschillen kan grote differentiatie in het leerstofaanbod naar boven en naar beneden soms noodzakelijk zijn om de behoefte aan het ervaren van een competentiegevoel te kunnen belonen. Daarnaast kunnen de competenties van kinderen ook op verschillende vlakken liggen. Door in ons onderwijs voldoende variatie aan te brengen en zo rekening te houden met verschillende interesses, leerstijlen en vaardigheden kunnen we ook zo aan de verschillen tussen kinderen tegemoet komen. Belangrijk bij het zich competent voelen van kinderen is ook het creëren van een niet-competatieve werksfeer en het gebruiken naar de kinderen toe van toegesneden wijzen van beoordelen en vaststellen van hun vorderingen (naast het gebruik van vaste beoordelingscriteria). Tenslotte hanteert een school waarin de behoefte aan autonomie beloond wordt, onderwijsvormen waarin de zelfstandigheid van kinderen ontwikkeld en beoefend wordt. Onder zelfstandigheid wordt minimaal verstaan: het zich verantwoordelijk weten voor het volbrengen van een taak zonder direct toezicht van een leerkracht. Deze vorm van zelfstandig werken is reeds sterk ontwikkeld op onze school. Het zich verantwoordelijk weten is echter sterk afhankelijk van het gevoel van betrokkenheid bij de uit te voeren taak en de afstemming van de taak op de competenties van de leerling. Door kinderen in toenemende mate invloed te geven op keuze van inhoud, doelen, planning en verwezenlijking van een taak en de sociale processen tussen kinderen meer ruimte te geven in dat ‘zelfstandig’ leerproces kan de kwaliteit van de zelfstandigheid nog groeien.

De rol van de school in de samenleving en de inhouden van het onderwijs staan onder druk. De school wordt regelmatig genoemd als spil in maatschappelijke veranderingen (waarden- en normendebat, de multiculturele maatschappij, de duurzame samenleving). Daarnaast wordt de school steeds vaker gezien als een mogelijkheid voor allerlei ideële of commerciële belangenorganisaties om hun ‘boodschap’ aan de man te brengen. Tegelijkertijd lijkt de overheid scholen aan te spreken zich (nog meer) te concentreren op de basisvaardigheden taal en rekenen en wil zij de kerndoelen voor overige ontwikkelingsgebieden facultatief maken. Hierdoor krijgt de school een grotere vrijheid, maar daarmee ook meer verantwoordelijkheid, omdat zij nu autonoom keuzes moet maken. Als Molenbolwerk vinden wij dat de school zich concentreren moet op haar onderwijsgevende taak. Ontwikkelingen in de richting van bijv. een brede school, professionaliseren van overblijf- en opvangmogelijkheden bekijken we sterk kritisch omdat deze kunnen afleiden van de kerntaak van het onderwijs.

Ook wij zijn overtuigd van het belang van de taal- en rekenontwikkeling van de kinderen. Het belang van een gegarandeerd leerstofaanbod daarbij onderschrijven we, maar dit laat zich niet uitdrukken in uren onderwijstijd. Het accent op de taal- en rekenontwikkeling mag ook niet leiden tot een uitholling van het overige onderwijsaanbod, omdat voor een harmonieuze ontwikkeling creatieve, lichamelijke, wereldoriënterende, religieuze en sociaal-emotionele vorming onontbeerlijk zijn.

Als Molenbolwerk trachten we maatschappij-kritisch te zijn. Ons onderwijs moet enerzijds adequaat inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen omdat het goed voorbereid zijn van de kinderen op hun maatschappelijke deelname bijdraagt aan hun welzijn. Anderzijds hechten wij vanuit ons mens- en wereldbeeld aan waarden, die juist in onze maatschappij onder druk staan (denk aan problemen m.b.t. het milieu, vervreemding, verzakelijking, vereenzaming, e.d). Voor zover dat binnen onze invloedsfeer ligt, willen we hier actief tegenwicht bieden.

Wij beseffen dat onze onderwijsvisie mede bepaald is door de concrete context van onze school en dat deze daardoor voortdurend in ontwikkeling is. Toch denken we dat een zekere consequentie in onze visie herkenbaar is en moet blijven. In deze zin willen wij als Molenbolwerk een ‘eigen’ herkenbaar product zijn, waar ouders van binnen en buiten IJzendijke zich mee kunnen of willen identificeren (of juist niet).

Bepalend voor het verwezenlijken van onze visie is de betrokkenheid van geledingen van onze school. Naarmate de persoonlijke ambities en doelen van teamleden en ouders meer samenvallen met die van school groeit de persoonlijke betrokkenheid met de school en heeft de school meer kans haar missie te verwezenlijken. Om dit te bereiken realiseert het Molenbolwerk een actieve en intensieve betrokkenheid van de teamleden bij het integrale schoolgebeuren.

De betrokkenheid van ouders wordt vormgegeven door een intensieve schriftelijke, mondelinge en praktische communicatie. Deze communicatie heeft ten eerste tot doel ouders te engageren bij schoolactiviteiten, ten tweede ouders in de gelegenheid te stellen de gedeelde visie te beleven of vorm te geven en ten derde de visie uit te dragen voor zover ouders in hun opvoeding nog zoeken naar oriëntaties.

Het Molenbolwerk heeft in bovenstaande zaken de afgelopen jaren zeer veel geïnvesteerd met bevredigende resultaten. Uit de recent gedane tevredenheidsmeting onder ouders en kinderen spreekt een hoge tevredenheid. Het is ieders verantwoordelijkheid het huidige schoolklimaat te laten voortduren.